Reisverslag nov. 2008
Back
Next
Missie Kameroen november 2008

Dag 1
Om vier uur opstaan. Ik heb afgesproken met Truus Brons uit Huissen dat ik ze om 4.45 uur kom ophalen om naar Renswoude te rijden. Truus is een zus van een nonnetje dat in Kameroen in het klooster is. Zij reist met ons mee tot Bambui, ongeveer 50 km vóór Njinikom. Vanuit Renswoude gaat het richting Brussel. Wij zijn met z’n vieren, Peter van Leerdam, Henk de Weerd, een OK-verpleegkundige, Truus en mijn persoontje. Op het vliegveld treffen wij de mensen die uit Noord Holland komen, dokter Peter Hubach, zijn echtgenote Nel Hoogvorst, dokter Janco Barentsz en Judith Buimer, OK-verpleegkundige.
Om 10.30 vertrekt het vliegtuig richting Douala. Na een rustige vlucht landen wij om ongeveer 18.00 uur op Afrikaanse bodem. Wij worden opgewacht door sr Xaveria en sr Angelina. Zij regelen de kruiers en zo. Dat is altijd weer een heftige ervaring. Iedereen wil onze koffers dragen. Om dat te bereiken wil men ook wel met elkaar op de vuist. Na de nodige controles, deze keer heb ik wél het gele inentingsboekje bij me, wordt de bagage in de auto’s geladen en gaan we richting Baptist-hostel. We hebben amper de tijd om ons op te frissen want om 19.00 uur is er een tafel gereserveerd bij een restaurant. Als we terug komen bij de Baptisten, krijg ik € 12.500,00 uitbetaald. Tegen een koers van 655 voor 1 (zeer gunstige koers) wordt dat Cfca 8.187.500,00!! Ik geef de enveloppe met dit enorme bedrag aan sr Xaveria. De dokters weten niet wat hen overkomt als sr Xaveria zegt dat van de 60 geselecteerde patientjes er maar 14 zijn komen opdagen. Gelukkig heeft zij via het ziekenhuis nog 29 andere weten te bereiken zodat er uiteindelijk 43 op de lijst staan om geopereerd te worden. De oorzaak blijkt te liggen in het feit dat een van de mediators van Lilianefonds verteld heeft dat de mensen zelf Cfca 2500,00 (€ 3,85) moeten bijdragen. Dit bedrag heeft men niet dus houdt men de kinderen thuis. Het bittere aan de zaak is dat men helemaal geen eigen bijdrage verschuldigd is.

Dag 2
De hele dag in de auto. We proeven weer heerlijk fruit bij de vaste leverancier van de zusters. Lunch is in Dschang, hetzelfde restaurant als vorige keer. Wel iets te drinken dus, maar het eten brengen we zelf mee. Onderweg pikken we nog een zuster op. Als er gereisd wordt zit de auto altijd propvol. We zetten Truus af bij haar zus in Bambui en zijn er weer snel vandoor. Met al die pitstops is het donker als we in Njinikom aankomen. We worden op de gebruikelijke manier verwelkomd, erg knuffelig dus. Felicitas, die gedurende ons verblijf voor ons kookt en de was doet, heeft lekker gekookt. We horen dat gisteren de container is gearriveerd. Dat wordt dus een drukte van belang, morgen bij het uitpakken. Maar nu eerst slapen en morgen gezond weer op.

Dag 3
Er is overleg met de zusters over een opknapbeurt van het convent (klooster). Ik maak een afspraak met sr Xaveria voor een meeting met de manager van BMHO. Morgenavond zal er een gesprek zijn over BMHO met het bestuur, de manager, een Nederlandse die werkt voor GTZ (Gesellschaft für Germanische Technische Zusammenarbeit, ik kom hier later op terug), sr Xaveria en mijzelf. Ik ga nu alvast een bezoekje brengen aan het “ziekenfondskantoor”, twee zeecontainers die zijn omgebouwd tot kantoor. Er wordt geregeld dat onze naam mede genoemd wordt op het uithangbord. Inmiddels is Peter begonnen met het uitpakken van de kisten die met de container zijn gearriveerd. ’s Middags bekijken we de nieuwe verpleegafdeling die in januari of februari volgend jaar geopend wordt. Het wordt een imposant bouwwerk van twee verdiepingen. Dat is voor deze streek zeer ongebruikelijk. De bouw ziet er goed uit. Het is opgeruimd, het werk is degelijk en toch ziet het er fraai uit. Peter is een zeer tevreden mens. De avond wordt gevuld met praten. Ook al is het pas de tweede keer dat ik mee ben met de orthopedische missie is het alsof we elkaar al jaren kennen. Zal wel zo zijn als gelijkgestemde zielen elkaar ontmoeten.

Dag 4
Wij bezoeken het socio-house in Njinikom. Dit is een drie-onder-een-kap huis wat is verbouwd tot twee woningen waar gehandicapte jonge mensen kunnen wonen en werken. Momenteel wordt het bewoond door twee jonge mannen. De een is vanaf het middel verlamd en probeert in zijn levensonderhoud te voorzien als een soort ICT-er. Hij doet van alles en nog wat met computers. In onze ogen alles oud spul, maar voor daar nog uitermate geschikt. De ander is net 18 jaar en maakt mooie dingen van hout. Hij is de hele dag bezig en maakt b.v. van een stuk boomstam een prachtig krukje. Er komen nog mensen, waarvoor iets gestuurd is met de container, hun spulletjes ophalen. In de middag gaan we naar Belo, een uurtje rijden, om naar de nieuwbouw van een socio-house te kijken. Dit huis wordt gebouwd voor Genesis die half verlamd is en schoenen maakt en repareert. Het huis komt op een steile helling te staan en Peter heeft ook hier twee verdiepingen gemaakt. Een soort van dijkhuisje dus. De bouw gaat voorspoedig en ook dit huis zal ongeveer februari af zijn. Als we terug zijn in Njinikom gaan we sr Hilda en haar koetjes een bezoek brengen. Als altijd een warm welkom en vol van haar farm. Peter heeft voor haar altijd wat geld van dorpsgenoten bij zich.
’s Avonds is de bespreking met de mensen van BMHO. Sr Xaveria heeft Andra Roskam ook uitgenodigd. Zij is een stagiaire bij GTZ. Deze organisatie heeft in Njinikom en voor het bisdom Bamenda gezorgd voor de invoering van respectievelijk BMHO en BEPHA. Dit mevrouwtje komt pas om 21.00 uur aan en geeft meteen aan dat zij maar en uurtje tijd heeft. Vervolgens praat zij alleen maar over hoe de arme en kwetsbare mensen, die voordeel bij de BMHO hebben, opgespoord kunnen worden. Later blijkt dat zij op dit punt wil afstuderen. Voor ons gesprek dus van nul en gener waarde. Sr Xaveria deelt mijn mening en vindt het jammer dat wij zo lang op haar hebben gewacht. De health organisation is dus in structuur al aanwezig en dat maakt het voor mij wel een heel stuk eenvoudiger. Het geld om het werkelijk te laten functioneren ontbreekt echter en dus lijdt BMHO tot nu toe een slapend bestaan. Er is al wel een bestuur, bestaande uit een president, twee mannen en twee vrouwen. Ook zijn er 60 delegates, zeg maar ziekenfondsboden, die BMHO in hun dorpen promoten en zorgdragen voor de inning van de contributies. De manager, mr Bernard Anchang, wil zich gesteund door onze financiële hulp, voor 100% inzetten om BMHO tot een succesvolle onderneming te maken. Ik krijg de indruk dat het een vooruitstrevende, gewetensvolle persoon is die weet waarover hij praat. Voor het verdere verloop van de besprekingen verwijs ik graag naar de notulen en het CV van mr Anchang, aangevuld met mijn korte opmerkingen Kort samengevat komt het er op neer dat er een halfjaarlijks rapport komt waarna wij een termijn van € 12.500,00 over maken. Tegen het eind van ieder jaar komt er een volledig rapport met begroting en beleidsplan voor het komende jaar. Ik leg enkele keren uit dat wij, als zij het verprutsen, onze hulp zullen stopzetten. Tenslotte wordt mij gevraagd om in maart 2009 weer te komen om de verschillende dorpen te bezoeken en de voortgang te kunnen vaststellen. Inmiddels is het 11.30 uur en wij zijn redelijk moe van al dat gepraat. Evenals ik zo vaak als mogelijk is Peter van Leerdam begeleid, is hij deze keer met mij meegegaan ter ondersteuning. Twee weten nu eenmaal meer dan een. In het guesthouse praten we nog wat na en zoeken ons bed op. Om een uur of vier in de morgen kraaien de hanen weer en om vijf uur luidt de kerkklok van onze buurman!

Dag 5
We brengen een bezoek aan een drietal waterprojecten in Tua Fundong, Asuchu en Kindoh, die afgerond of bijna afgerond zijn. In Kindoh wordt Peter weer eens in het zonnetje gezet met een pet, een hemd en een wandelstok. De geëigende voorwerpen om aan te geven dat zijn werk zeer op prijs wordt gesteld. Terug in Njinikom gaan we het werk aan de socio-houses, wat is gedaan door aannemer Ambrose, inspecteren. Er is het een en ander aan te merken op de douchegelegenheden. Peter heeft ook een voor Nederlandse begrippen heel normale maar voor daar zeer aparte voorziening meegenomen….een douchestoel voor de verlamde Heronymus. In de middag is er overleg over de nog uit te voeren werkzaamheden aan het waterproject voor Boyo-Hill. Voor tien dorpen is het nagenoeg rond maar er blijven nog vier dorpen waar nog niets aan gedaan is. Vervolgens gaan we sr Ada en haar weeskinderen een bezoek brengen. In de container zijn wat spulletjes, dekentjes en speelgoed en zo, meegekomen. Ze is er erg blij mee. Blijft natuurlijk het altijd aanwezige geldgebrek. Peter heeft nog iets voor haar uit zijn speciale potje. Ook ik doe nog een bescheiden duit in het zakje en zo is iedereen weer gelukkig. We krijgen bezoek van Fidelis, een werknemer van het hospitaal. Zijn vrouw is overleden en hij heeft de zorg over vier kinderen. Daarbij komen nog twee weeskinderen van zijn broer. Vader en moeder dus overleden en dan zorgt de familie verder voor de achtergeblevenen. Van de zes gaan er inmiddels vier naar de middelbare school en hij kan dat met geen mogelijkheid allemaal betalen. Daarnaast zijn er nog enkele lekkende dakplaten en dat is voor de huizen daar funest als de regentijd begint. Nel Hoogvorst heeft nog wat geld uit een of ander potje en ik heb van mensen uit Gendt en omgeving een behoorlijk aantal euro’s meegekregen die ik naar eigen goeddunken kan besteden. Dit lijkt mij een prima gelegenheid. We gaan zondag eens kijken hoe het met zijn huisje is. We hebben nog een gesprek met sr Xaveria, voornamelijk over zaken die apotheek en nieuwbouw van de verpleegafdeling aangaan. ’s Avonds komt father Emanuel, de pastoor van Njinikom op visite. Het wordt een genoeglijke avond.

Dag 6

Om 8.30 uur is er een vergadering met de watercomités van de vier dorpen waar nog niets is gedaan. Niet zo prettig om dit bericht te brengen. De moeilijkheid zit in het feit dat er voor deze laatste dorpen een heel nieuwe leiding aangelegd moet worden over een afstand van enkele kilometers. En daarvoor moeten eerst de nodige financiën bijeen gebracht worden. Uiteindelijk is er toch begrip voor het feit dat er nog een jaartje of zo gewacht moet worden voordat begonnen kan worden aan de laatste fase van het project. Vervolgens gaan we naar een drietal dorpen waar al twee jaar water is maar waar Peter nog niet is geweest voor het feestje ter ere van het behaalde resultaat, voor hem hoeft al die ophef niet
zo. Toch gebruiken we de lunch in het dorp waar wij het laatst zijn. We brengen weer een bezoek aan het weeshuis. Een van de protégés van sr Ada, een jonge man van 17 jaar, moet de kans krijgen om een eigen bestaan op te bouwen. Hij wil een kuikenbroederij(tje) beginnen. Daarvoor heeft hij eigen huisvesting nodig. Sr Ada heeft een stukje grond op het oog waar een huisje voor hem en zijn broertje, waar hij ook voor moet zorgen, gebouwd zou kunnen worden. Weer een socio-house dus. Met z’n allen naar het beoogde grondstuk. Na een geschikt bevinden door Peter wordt de eigenaar opgetrommeld en aan de wegrand wordt de koop gesloten. € 400,00 voor zo’n 500 m2 Peter maakt ter plekke een schets en begroot de totale kosten op zes- of zevenduizend euro. Bij wijze van spreken zou men morgen kunnen starten met de bouw. Dat gaat daar iets eenvoudiger dan in ons landje.
Terug in het guesthouse treffen wij broeder Huub. Met hem wordt gesproken over de nimmer aflatende problemen waar hij mee wordt geconfronteerd bij het begeleiden van een flink aantal schoolkinderen en studenten. Dit werk doet hij naast zijn eigenlijke functie, bouwbroeder van het bisdom Bamenda. ’s Avonds is er weer het nodige bezoek van inwoners van Njinikom en omgeving.
Is altijd wel gezellig, alleen Peter Hubach stelt het niet zo op prijs. Hij heeft liever niets meer aan zijn hoofd na een dag opereren.

Dag 7
Vandaag gaan we met Henry, het hulpje van broeder Huub, op weg naar Bambui. Het klooster van de zus van Truus wordt uitgebreid met een ziekenboeg. Peter heeft een tekening gemaakt en dit plan moet besproken worden. Nu zijn nonnetjes over het algemeen niet erg bedreven in het lezen van een bouwtekening. Peter heeft dus aardig wat uitleg te geven over hoe het er allemaal uit gaat zien en waar het moet komen te staan en zo. Uiteindelijk wordt het plan, met enkele kleine wijzigingen, goedgekeurd en ook hier kan men aan de slag met bouwen. Met Truus wordt afgesproken dat zij op dinsdag een bezoek aan Njinikom zal brengen. Broeder Huub zal voor het vervoer zorgen. Vervolgens gaan we naar het bisschopshuis in Bamenda. Peter heeft een plan gemaakt voor uitbreiding van de kraamkliniek tot generaal hospitaal met 200 bedden. Een, voor Afrikaanse begrippen, groot ziekenhuis. We bespreken met broeder Huub en nog enkele mensen van het bisdom de plannen. Men gaat er over nadenken en bij het volgende bezoek, in maart 2009, zal er verder over worden gesproken. We lunchen bij de paters. Die hebben het daar, net als hier, goed voor elkaar. Lekker wijntje er bij, voortreffelijk!
’s Avonds blijkt dokter Hubach redelijk slecht in orde. Wij laten hem verder rustig ziek zijn en hopen dat hij morgen weer wat is opgeknapt. Om hem niet te storen gaan we met de rest van het gezelschap naar het dorp om een biertje te drinken.

Dag 8
Vandaag is het zaterdag en dat betekent dat de dokters de patientjes van de vorige missie gaan zien. Kijken of zij met hun werk het beoogde resultaat hebben weten te bereiken. We gaan dus naar Bafut, ongeveer 60 km rijden, naar het revalidatiecentrum van de Franciscanessen. Het medisch team is druk met het beoordelen van de patientjes. Nel, Peter en ik gaan een bezoek brengen aan het health center waar we geconfronteerd worden met de nodige ellende. We zien meerdere vormen van abcessen tot zelfs gangreen aan toe. Deze extreme gevallen waren niet voorgekomen als men eerder naar de kliniek was gekomen. Hier wordt dus duidelijk wat sr Xaveria beoogt met de BMHO, mensen in een vroeg stadium van ziekte of gebrek naar het hospitaal laten komen. Als het allemaal gaat lukken, zal het zeker van grote invloed zijn voor de gezondheid van de bevolking in en om Njinikom en, wie weet, wijde omgeving. We brengen ook een bezoek aan het verpleeghuis Sajocah waar lichamelijk en geestelijk gehandicapten worden verzorgd. Wij hebben voor de kinderen van revalidatiecentrum en lagere school een berg speelgoed uit Holland meegebracht. Dat worden kerstcadeautjes. De zusters zijn ondersteboven van al dat moois. Van alles moet worden uitgeprobeerd en vooral het speelgoed waar geluid in zit krijgt de nodige aandacht. Ik leer een nonnetje hoe je een bromtol laat draaien. Eenvoudig voor ons maar voor haar viel het toch niet mee om er enig geluid uit te krijgen. Hilariteit alom. Op de terugweg gebruiken we de lunch in Bamenda en om een uur of zeven zijn we weer in Njinikom. Reizen in de tropen is altijd een vermoeiende bezigheid. We maken het niet laat en gaan bijtijds naar bed.

Dag 9
Zes uur lijkt ons toch wel een beetje aan de vroege kant op de vrije zondag. Wij besluiten om naar de “kindermis” van negen uur te gaan. Blijft een aparte ervaring. Swingende muziek, begeleid door trommels en andere percussie-instrumenten. Na de lunch gaan we enkele sociale visites afleggen. We gaan naar Theresa, de alleenstaande moeder met zes kinderen en aids. Een van haar zonen is een kunstenaar in de dop. Ik heb wat teken- en schilderspullen voor hem meegenomen en een paar cadeautjes voor de rest van de familie. Peter geeft haar het schoolgeld voor het komende half jaar, zijn stichting heeft dat op zich genomen. Dankbaarheid alom en er wordt door de meisjes een lied gezongen. We brengen een bezoek aan Rita en haar stokoude, blinde moeder. Peter heeft voor haar een paar aanpassingen in en om het huis gerealiseerd. Zij kan dan wat beter uit de voeten zonder vallen en zo. Ook hier weer even knuffelen. Dan gaan we bij Fidelis op bezoek. Bij zijn huis aangekomen blijkt dat er, in plaats van een paar lekkende, in het geheel géén dakplaten op zijn in aanbouw zijnde huis liggen. Voor het nieuwe huis liggen de graven van zijn overleden vrouw en broer. De hele familie, zo’n tien personen, woont in een hutje van twintig m2. Nel en Peter besluiten ter plekke dat bij Holland Helpt Wereldwijd geld gevraagd moet worden om het huis af te maken. Zal ongeveer € 1200,-- worden. En dan is deze familie ook weer uit de brand geholpen. Inmiddels is het al weer een uur of vijf in de namiddag en op de terugweg gaan we nog even een biertje drinken in het dorp, dat is zo gebruikelijk in het weekend. Daar zijn inmiddels ook de medische mensen aangeland en samen met plaatselijke bevolking worden het nog een paar gezellige uurtjes. Omdat er in feite te weinig patientjes zijn is dinsdag de laatste dag dat er geopereerd moet worden. Peter Hubach lanceert het plan om de overgebleven tijd door te brengen in Kribi, een “badplaats” waar de welgestelde inwoners van Douala dikwijls het weekend doorbrengen. “Ik ben al dertig jaar werkzaam in Afrika en heb tot nu toe nog geen dag vrijaf gehad”, aldus de leider van onze missie. Er wordt besloten om dan maar van de nood een deugd te maken en van de laatste dagen in Afrika een paar vakantiedagen te maken.
’s Avonds heb ik nog een serieus gesprek met sr Xaveria over de BMHO en hoe het in de toekomst verder zou kunnen gaan. Eventueel uitbreiding van het werkgebied en de voorzieningen. Het is nu nog een beetje te vroeg om daar iets reëels over te kunnen zeggen. Ik hoop dat in maart beter omlijnde plannen besproken kunnen worden.

Dag 10
Vandaag zijn we uitgenodigd door father Cosmas om hem in zijn geboortedorp Bafmeng te bezoeken. Het is een dik uur rijden over een junglepad. 4WD-werk dus en lekker door elkaar schudden. In Bafmeng aangekomen worden we opgewacht door de father en Meike Voorma, die ik ook vorig jaar heb ontmoet. Wij kijken even rond bij het huis waar father Cosmas is geboren. Hij vindt het een hele eer dat wij daartoe bereid zijn(?). Wij gaan de middelbare school bekijken en onderweg daar naar toe vertelt Cosmas zo tussen neus en lippen dat in het hele dorp en omgeving geen enkele waterkraan is te vinden. De infrastructuur, leidingen en zo, waren vroeger wel aanwezig maar de regering is op een gegeven moment de zaak gaan vernieuwen. Dat was althans het plan. Toen de oude opvangtanks waren afgebroken is het werk echter gestopt. Nu ongeveer 15 jaar geleden en sindsdien moeten ongeveer 40.000 mensen weer water uit de rivier gaan halen. Wij brengen een bezoek aan de Fon (koning), die ons ontvangt in zijn paleis. Officieel hebben zij niets te vertellen maar officieus is de invloed van deze edelen nog zeer groot. Hij vertelt ook over het waterprobleem en spreekt de hoop uit dat in het bijzonder Peter er iets aan kan doen. Zijn faam als waterdeskundige is alom aanwezig. Ook het health-center is door de regering “opgeknapt” met als gevolg dat er nu nog maar de helft van overeind staat. De zieken gaan naar het hospitaal in Njinikom voor behandeling. Bafmeng behoort niet tot de Boyo-division en dus ook niet tot BMHO. Ik ga er wel over praten met mr Anchang, de manager. Het zijn immers 40.000 potentiële klanten, die sowieso op het hospitaal in Njinikom zijn aangewezen.
Na de lunch ga ik met Peter de oude chirurgische verpleegafdeling van het ziekenhuis in Njinikom opmeten. Deze krijgt na ingebruikname van de nieuwe, een andere bestemming. Wij maken gebruik van een meetinstrument met laser. Cypran, de aannemer, is in de buurt en bestelt ter plaatse eenzelfde exemplaar. Zoiets heeft hij nog nooit gezien! Daarna brengen we een bezoek aan Project Hope. Het aidsproject wat door Holland Helpt Wereldwijd voor zes jaar is geadopteerd. Vier van de zes zijn inmiddels om en men begint zich zorgen te maken over de toekomst. Vorig jaar heb ik al kunnen vaststellen dat het project erg goed draait. Voorlichting en preventie worden consequent onder de aandacht van de bevolking gebracht.
’s Avonds spreek ik nog met sr Xaveria en mr Anchang over BMHO. Onder andere over de inwoners van Bafmeng en omgeving. Er wordt nog niets besloten. In maart zullen wij wel zien hoe het verder gaat.

Dag 11
Om 9.00 uur hebben we een gesprek met sr Xaveria over de socio-houses. Deze zijn immers eigendom van het ziekenhuis en er dienen regels te worden opgesteld voor de bewoners. Dat men er geen kroeg van kan maken en dat er binnen niet op een open vuurtje gekookt mag worden, om maar eens iets op te noemen. Daarna is er een bespreking met de aannemers Cypran en Ambrose over het Boyo waterproject. Vooral de vier laatste dorpen waar nog geen water is komen aan de orde. Maar ook hier is het weer geld waarop gewacht moet worden. En dat is dan toch weer een zaak voor de Hollanders. Verder worden de plannen over de laatste loodjes van de nieuwbouw besproken. Inmiddels is Truus gearriveerd voor een dagje Njinikom. Wij bekijken met haar de nieuwbouw van het hospitaal en brengen een bezoekje aan het convent en de farm van sr Hilda. Zij praat nog wat met Peter over de bouwplannen voor het klooster van haar zus en na de maaltijd vertrekt zij weer richting Bambui. In de namiddag is het traditionele afscheid in de Gorettischool, een meisjesinternaat. Ik overhandig de eurootjes die ik over denk te houden aan het hoofd, sr Marie Francis. Zij kan er de dagelijkse kosten voor de meisjes die zelf geen geld hebben mee bestrijden. Omdat wij een paar dagen eerder vertrekken als gepland was heeft men alle zeilen moeten bijzetten om het te organiseren. Maar het is weer als vanouds met toespraken en cadeautjes. Het bestuur van BMHO is voltallig aanwezig en via mijn persoontje wordt “De Ziekenfondsbode” flink in het zonnetje gezet. Ook het medische personeel en Peter van Leerdam ontspringen de dans niet. Er wordt gezongen en gedanst, allemaal om ons te bedanken. Je zou er verlegen van worden.
’s Avonds komen er nog veel bezoekers om cadeautjes te brengen. Meestal pindas of koffie. Als iedereen weer is vertrokken pakken wij onze koffers en gaan slapen.

Dag 12
Vroeg opstaan vandaag. Om 6.30 uur vertrekken wij met het busje en de 4WD richting Kribi, begeleid door sr Xaveria en de twee vaste chauffeurs. In Bamenda gaan de chirurgen nog een röntgenfoto bekijken van sr Reinaldus, die waarschijnlijk leidt aan een hernia en onderweg, ergens op een markt, wordt nog een röntgenfoto bekeken van dr Hertz, een oogarts met een gebroken enkel. Via de mobiele telefoon komen wij ook te weten dat wij de Generale Overste van sr Xaveria gaan tegenkomen. Ook dat wordt een ontmoeting, gewoon ergens langs de weg. Al met al wordt het redelijk laat voor wij onze bestemming bereiken. Zeker omdat wij, eenmaal in Kribi, het hotel niet direct kunnen vinden. Het blijkt, helemaal buiten de stad, aan het eind van een junglepad te liggen. Het ziet er prima uit en er is voldoende bewaking. Later blijkt dat er twee dagen geleden een overval is geweest!

Dag 13
Over vandaag ben ik gauw uitgepraat. Lekker lui in de zon. Een beetje badderen in de zee. Lekker eten en drinken en ’s avonds tot laat aan het strand, kletsen en een borreltje drinken.

Dag 14
Henk heeft een kano gecharterd en we gaan een boottochtje op de rivier maken. Indrukwekkend, zo midden in de jungle. De rivier stort zich met een waterval in zee en ook daar peddelen wij een half uurtje rond. Er worden nog wat souveniertjes voor thuis gekocht en na de lunch vertrekken wij richting Douala. Daar aangekomen ontmoeten we Truus weer. Zij is door broeder Huub van Bambui naar Douala gebracht. We dineren weer in hetzelfde restaurant als bij aankomst en gaan redelijk vroeg onder de wol. Eerst nog even zwemmen natuurlijk.

Dag 15 en 16
Aan Peter is gevraagd om een plan te maken voor een nieuw te bouwen complex in Buea. Ook van de Franciscanessen natuurlijk. Het behelst een klooster, een health-center en een school. We gaan de plek bekijken waar het moet komen. Op de weg naar Buea brengen we een bezoekje aan sr Leonarda in Mutengene. Het is een hartelijk weerzien en vol trots toont ze ons het minibusje wat met onze hulp is aangeschaft. Waarschijnlijk gaat Lilianefonds het revalidatiecentrum, waarvoor Peter de plannen heeft gemaakt, bouwen. In Buea bekijken we de plek waar het nieuwe klooster en zo moet komen. Lekker klauteren door bijkans onbegaanbaar terrein. De hitte maakt dat er geen droge draad meer aan mijn lijf te bekennen valt. We lunchen bij de zusters en dan keren we terug naar Douala. Daar is het nog even zwemmen en douchen. Om half acht gaan we de bagage inchecken. Om tien uur brengt
sr Xaveria ons hoogstpersoonlijk naar de luchthaven. We nemen afscheid en lummelen nog wat rond tot, om half een ’s nachts, ons vliegtuig vertrekt. Na een voorspoedige reis landen we zondagmorgen om half acht op Brussel airport. Er wordt afscheid genomen van de mensen die richting Noord Holland gaan. Peter en ik halen de auto op bij Q-park en samen met Henk en Truus gaan we richting Renswoude. Daar gaat, na een kopje koffie, Henk richting Brummen en Truus wordt door mij weer netjes in Huissen afgezet. Om ongeveer half twee ben ik weer thuis.

Ten slotte
Deze keer wist ik zo’n beetje waar ik terecht ging komen. Toch heeft het ook nu weer een geweldige indruk op mij gemaakt. Ik heb “oude bekenden “ontmoet en weer nieuwe mensen leren kennen. Ik ben blij met de mensen van BMHO. Ik heb er een goed gevoel bij en ik vertrouw op de goede afloop van het project. Ik ben er van overtuigd dat hun enthousiasme, samen met onze financiële ondersteuning, de toegankelijkheid van de gezondheidszorg in dit deel van Kameroen een behoorlijk stuk dichterbij gaat brengen.

Gendt, december 2008
                 KLIK